Twee geslachtsregisters Twee geslachtsregisters

Inleiding
Het Nieuwe Testament geeft in Mat 1 en Luc 3 twee geslachtsregisters van Jezus die onderling behoorlijk verschillen en niet in overeenstemming zijn te brengen. Zo heeft Mat bv 40 generaties van Jezus tot Abraham, Luc noemt er 57. Mat noemt Jakob als vader van Jozef (vers 16), bij Luc hjeet hij Eli (vers 23). De zoon van David is volgens Mat Salomo; Luc noemt hem Nathan. Zo zijn er meer verschillen. Het ging de evangelisten niet om notariële precisie of de burgerlijke stand. Zij grepen de gelegenheid aan om van de stambomen een stukje verkondiging te maken. Zij hadden een theologische interesse.

Mattheus
Mattheüs begint zijn evangelie in 1: 1 met 'Overzicht van de afstamming van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham'.
In deze openingszin geeft hij al aan wat hij belangrijk vindt: dat Jezus bij het Joodse volk hoort (een echte zoon van Abraham is) en van koning David afstamt. Aan David had God ooit beloofd dat er altijd een koning uit zijn nageslacht zou zijn om het volk Israël te leiden. Weliswaar was in de 1.000 jaar daarna het herhaaldelijk voorgekomen dat Israël geen Davidische koning had, maar de belofte was niet vergeten. Integendeel. In het Joodse volk rond het begin van de jaartelling was deze belofte steeds meer in Messiaanse zin opgevat: de beloofde Messias zou een zoon, een verre nazaat van David zijn.

Vervolgens geeft Mattheüs de namen van de stamvaders vanaf Abraham opklimmend tot Jozef, de man van Maria. Overigens vertelt Mat uitdrukkelijk dat niet Jozef degene was die bij Maria Jezus verwekte. In Mat 1: 18 - 25 legt hij uit dat Maria zwanger was van de heilige Geest.

Toch is het belangrijk dat Jozef (vs 16) genoemd wordt. Want Maria is zijn vrouw en daarom is het kind dat zij ter wereld brengt weliswaar niet genetisch, maar - naar toenmalig besef -  wel in rechte zoon van David.

Driedeling
Bij de meeste stamvaders vermeldt Mattheüs niet meer dan 'NN verwekte NN', bv Abraham verwekte Isaäk enz. Maar als hij schrijft (vers 6) Isaï verwekte David, dan voegt hij eraan toe 'de koning'. En bij Josia (vers 11) schrijft hij dat Josia verwekte Jechonja rond het begin van de Babylonische ballingschap. Die ballingschap wordt opnieuw genoemd in vers 12.

De opsomming wordt daardoor in drieën opgedeeld. Dat zegt Mattheüs ook in vers 17: 'Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot aan de Babylonische ballingschap veertien generaties, en vanaf de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties.' Wie het overigens precies nagaat, ontdekt dat het om 2 x 14 en 1 x 12 geslachten gaat, dat is bij elkaar 40 generaties.

  • 14 is in het Hebreeuws de getalswaarde van David. Met 3 x 14 geeft de evangelist aan dat Jezus de ware zoon van David is, de beloofde Messias.
  • 40 is het getal dat de volheid van de tijd symboliseert (Israel zwerft 40 jaar in de woestijn, Mozes is 40 dagen op de Sinaï, Elia 40 dagen op de Horeb). Na die periode begint een nieuwe tijd.

Een paar keer is er de toevoeging 'en zijn broers' (vers 2 en 11), maar dat lijkt geen speciale betekenis te hebben.

Vier vrouwen
Wat ook opvalt, is dat er naast Maria vier vrouwen voorkomen in de stamboom: Tamar (vs 3), Rachab (vs 5), Ruth (vers 5) en de vrouw van Uria (vs 6), dwz Batseba.

Waarom deze vier? Waarom niet Sara, Rebekka, Rachel of een andere stammoeder van Israël? Met die vraag komen we precies op het spoor waarom de evangelist Tamar, Rachab, Ruth en Batseba noemde: dit zijn alle vier niet-Joodse vrouwen:

  • Tamar was een Filistijnse,
  • Rachab een Kanaänitische (Jericho),
  • Ruth komt uit buurland Moab
  • Batseba was van huis wel Israëlitisch, maar vanwege haar huwelijk met de Hethiet Uria, gold zij niet meer als Israëlitisch. Deze uitleg wordt ondersteund door het feit dat zij als 'de vrouw van Uria' wordt omschreven.

De boodschap die Mat daarmee afgeeft betreft niet het 'zondige' of het veel besproken leven van deze vier vrouwen. Tamar stond in haar recht (Gen 38), Rachab de hoer hielp toch maar de verspieders (Joz 2), aan Ruth (Ruth 1-4) kan iedereen een voorbeeld nemen en kon Batseba (2 Sam 11 en 12) wat anders dan David ter wille zijn? Er is eigenlijk niets op deze vier aan te merken.

Mat bedoelt wat anders. Als hij deze vier namen verweeft in de stamboom van Jezus, loopt hij vooruit op de zendingsopdracht in Mat 28: 16 - 20. Daar krijgen de discipelen te horen dat ze het evangelie moeten uitdragen naar alle volken. Jezus is niet alleen van betekenis voor het volk Israël, maar voor alle mensen wereldwijd. De vier vrouwen genoemd in de stamboom laten zien, dat de volken buiten Israël in het verleden een belangrijke, zelfs onmisbare rol speelden: ze leverden de stammoeders voor het koningshuis van David. Het heil van God is ook voor hen bestemd.

Lucas
De stamboom van Luc verschilt in allerlei opzichten van die van Mat.

  • ipv 'NN verwekte NN' is het bij Lucas 'NN de zoon van NN de zoon van' enz.
  • geen indeling in drieën
  • geen vrouwen genoemd
  • niet oplopend, maar aflopend: van Jozef naar Adam (de zoon van God)
  • niet 40 generaties, maar 77 (78).

Zoon van God
Overigens houdt ook Luc het er net als Mat op, dat niet Jozef de biologische vader van Jezus is. In Luc 1: 26 - 38 vermeldt hij dat Maria zwanger is door de heilige Geest en de kracht van de Allerhoogste. Daarom staat er in het geslachtsregister: 'Hij was, zoals algemeen werd aangenomen, de zoon van Jozef'.
Adam is op een andere manier zoon van (God) als dat bv Obed de zoon van Boaz is. Adam is zoon in de zin van produkt, schepping van God. Obed is de biologische zoon van Boaz en Ruth. Luc presenteert Jezus niet als de zoon van Jozef en Maria, maar als de Zoon van God (Luc 1: 35; 4: 3. 9. 41; 8: 28; 22: 70 en Hand 9: 20), ahw een nieuwe Adam, met wie een nieuw mensengeslacht begint.

Het midden van de tijd
Lucas heeft 77 generaties, dwz 11 x 7. De geboorte van Jezus luidt het 12-de zevental in: de vervulling van de voorafgaande tijd: een beslissend nieuwe periode begint. Lucas, die een dubbelwerk schreef, het evangelie Luc + de Handelingen der apostelen, is er veel aan gelegen om aan zijn lezers duidelijk te maken dat Jezus het midden van de tijd is: de tijd na Jezus verschilt van de tijd voor Jezus.

  • Eerst is er de tijd van wet en profeten (Luc 16: 16) beschreven in het Oude Testament, uitlopend op het optreden van Johannes de Doper.
  • Dan de as waar alles om draait: het lijden, sterven en opstaan van Jezus. Beschreven in het evangelie naar Luc.
  • Daarna begint de tijd van de Geest (Hand 2) beschreven in Hand: het evangelie breidt zich in steeds grotere kringen uit over de wereld, te beginnen in Jeruzalem (Hnd 1: 8) en eindigend in Rome (Hnd 28) het toenmalige centrum van de wereld.

Universeel
Op een andere manier dan Mat laat Lucas zien dat het evangelie alle mensen wereldwijd aangaat. Dat zien we tenslotte ook aan de vermelding van Adam, de eerste mens, de stamvader van alle mensen en volken. Om heel het mensengeslacht te redden is Jezus gekomen.
 

terug